Door deze visie verantwoord ik mijzelf, benader ik anderen en bekijk ik de wereld om mij heen op een eigen manier. Hieronder mijn visie, verdeelt in specifieke punten.
Levensbeschouwelijk visie
Ieder kind is anders. Dit was het thema voor het afgelopen half jaar. Ook God ziet ieder (van Zijn) kinderen anders. Ik geloof dat Hij evenveel van ieder persoon houdt, maar ons allemaal uniek gemaakt heeft. Vanuit deze visie probeer ik te werken.
Het afgelopen half jaar heb ik stage gelopen in Rotterdam. Hierdoor is mijn visie veranderd. In deze omgeving heb je weinig christenen om je heen, mijn collega’s waren dit ook niet of nauwelijks. Toch wilde ik graag God laten zien aan mijn omgeving.
De kinderen in mijn klas zijn angstig naar het christelijk geloof. Waarom? Waarschijnlijk vanuit thuis uit. De meesten zongen niet mee als er een lied met het woord Jezus gezongen werd. Mijn stagementor zong daarom geen liedjes met ze. Om het hen zo makkelijk mogelijk te maken. Bijbelverhalen sloegen niet aan. Dat dacht mijn stagementor, en daarom deed ze het maar het liefst niet. Ze had er zelf eigenlijk ook niets mee. Dit zijn haar visie en haar ideeën.
Zijn het ook mijn ideeën? Nee. Van mijn stagementor heb ik geleerd dat een verhaal of een lied zin moet hebben. Je moet niet zomaar de methode volgen, je moet kijken naar wat een kind nodig heeft.
Je daden zijn belangrijk, en daarnaast geloof ik dat je als leerkracht ook duidelijk mag laten zien waar je voor staat. Mijn hoofdthema binnen mijn stage was liefde. Dit is wat ik probeerde uit te stralen. De kinderen in dit arme (zowel financieel als sociaal ) milieu hebben soms weinig. Geen/weinig geld, maar ook geen/weinig liefde. Ze moeten zichzelf continu bewijzen. Als school uit is, hangen ze op straat. Die kinderen zijn anders dan de dorpsschoolkinderen die ik eerder heb lesgegeven. God werkt, maar ook door jou (en mij) kan Hij zich zichtbaar maken. Ik ben geen god geweest de afgelopen periode. Wel heb ik geprobeerd anders te zijn in de wereld waarin iedereen hard is.
Wij vierden de geboorte van Jezus in een tijd waarin bij hen (onbegrijpelijk) de dure cadeaus gegeven werden, de kerstballen in de boom hingen, de top 40 muziek in de klas aanstond, ze keihard Justin Bieber fan waren, ze tussen de middag zelf maar een patatje moesten halen omdat ze voor een gesloten deur stonden, verplicht naar een kerstviering moesten, ouders tegen ze aan het schelden waren, ze misschien misbruikt werden, hun nichtje overleed[1] of hun ouders scheiden.
Onbegrijpelijk, je kunt als leerkracht geen verandering brengen in hun leven. Maar misschien kun je het lichtpuntje zijn waardoor ze weer een dagje verder kunnen. Of heel misschien, kun je het geloof in Jezus uitstralen, hun hart raken. Zodat ze misschien, heel misschien, op een dag ook liefde van Jezus mogen geven aan anderen. Voor die opdracht wil ik gaan!
Pedagogisch visie
Zoals ik al vermeldde, de omgeving was voor de kinderen in Rotterdam heel anders. Ik vond het veel harder. Maar ook vanuit de leerkrachten. De leerkrachten/collega’s bij mij op school waren rechtlijnig, duidelijk en streng. Dit is volgens mijn inzicht niet verkeerd. Het is naar mijn inzicht wel verkeerd als je daarbij negatief en hard bent naar de leerlingen. Leerlingen konden voor paal gezet als ze iets fout deden. Ook in de lerarenkamer werd dit niet onder stoelen of banken geschoven.
Ik kan daarom mijn pedagogische visie niet los zien van mijn levensbeschouwelijke visie. Ook hier wil ik zeggen dat liefde heel belangrijk is, omdat een kind daardoor kan groeien. Daarnaast denk ik dat door liefde een kind intrinsiek gemotiveerd raakt, zodat het beter kan presteren.
‘Vanuit de sociale leertheorie heeft onderzoek aangetoond dat belonen het meest effectief is bij aanleren van positief sociaal gedrag.’ [2] Dit heb ik ook geprobeerd zoveel mogelijk te doen. Natuurlijk lukt het niet altijd, maar werkt wel!
Liefde betekent aandacht geven aan het kind zelf, wat uniek is. Liefde betekent het kind in zijn waarde laten. Liefde betekent ook dat je naar de positieve punten kijkt van een kind, het in zijn/haar waarde laten en vanuit deze punten kijken naar wat een kind kan. Niet alleen kijken wat nog niet goed gaat, maar vooral wat wel goed gaat. Samen met een kind hard werken om dat ene slechte cijfer omhoog te halen, maar ook ontzettend veel lol beleven aan wat zo goed gaat.
Hier kom ik uit bij Handelingsgericht werken. Dit vind ik echt een goed principe. In mijn plannen, van groepsoverzicht tot individuele handelingsplannen, ben ik geneigd om teveel te richten op wat de kinderen niet kunnen. Toch weet ik ook wat ze al wel kunnen, omdat ik heel mijn stage gericht heb op de positieve punten van de leerlingen. Het is van belang dit ook te verwerken in mijn plannen.
Het structureel doorlopen van deze cyclus brengt waarschijnlijk in het begin veel moeite met zich mee. Het kost namelijk wel tijd en je bent er druk mee. Op lange termijn moet dit eigenlijk alleen maar voordelen opleveren. Je hebt namelijk veel informatie, je ziet eerder wanneer het minder of beter gaat met een kind. Daarnaast kun je zien of (als je dit schoolbreed doet) of jou twijfels of opmerkingen, overeen komen met anderen.
Waarom Handelingsgericht werken goed werkt voor een multiculturele school? Het brengt structuur voor leerkrachten. Het helpt leerlingen op hun mindere maar zeker ook sterkere punten. Het helpt ze om een goed zelfbeeld te krijgen. Handelingsgericht werken richt zich namelijk ook vooral op het emotioneel welbevinden van de leerlingen[3]. Volgens Elenbaas en Leenders dient de aandacht van de leerkracht vooral naar hoe het kind zich voelt en of hij betrokken is.
Handelingsgericht werken kan dus op twee manieren gebruikt worden. Het kan zicht geven op de toetsresultaten en daarbij ook de sociale- en emotionele gesteldheid van de leerlingen laten zien. En juist dit is voor een multiculturele school van groot belang. Dit wil ik illustreren met onderstaande praktijkvoorbeeld, waarin direct duidelijk wordt dat ook meervoudige intelligentie hoog in het vaandel staat bij mij.
Na zes weken in mijn stage kwam ik tot de conclusie dat niemand op school precies van elk kind wist wat de thuissituatie was en hoe de gezinssamenstelling liep. Ik heb hier een opdracht van gemaakt. Binnen twee dagen mochten de kinderen op verschillende manieren laten zien hoe hun samenstelling thuis was en hoe ze hun thuissituatie vonden. Ze mochten een tekening maken of een brief schrijven waarin ze lieten zien wie er allemaal thuis woonden.
Er is soms maar weinig informatie over een kind. Juist met Handelingsgericht werken kunnen deze problemen gedicht worden. Je gaat naar manieren zoeken om een kind beter te begrijpen. Hoe is het in de klas en hoe is het thuis? Wat kan ik eraan doen om het welbevinden beter te maken?
Didactische visie
Ik ben bij de pedagogische visie begonnen met de mentaliteit van de leerkrachten van mijn stageschool. In mijn stage in Rotterdam-Zuid waren de leerkrachten allen rechtlijnig. Dit is zeker iets wat ik geleerd heb. Rechtlijnig zijn en duidelijkheid bieden vind ik goed. Zo weten de leerlingen wat je aan ze hebt.
In deze periode heb ik ook, voor het eerst, praktisch gewerkt met het directe instructiemodel. Dit gaf mij houvast, maar ik heb gemerkt dat dit ook voor elke leerling prettig werkt. Je werkt, samen met de leerlingen naar een doel. De lessen krijgen samenhang. Ook het expertisecentrum biedt deze benadering aan voor strategisch leesonderwijs[4] Dit doen zij voor strategisch leesonderwijs, maar in de praktijk heb ik gemerkt dat dit voor alle vakken werkt. Naast lezen, deden wij dit ook voor taal en rekenen. Het aanbieden van nieuwe leerstof in een passende context werkt verhelderend. Zeker in een gebied waarin leerlingen structuur nodig hebben. Ik ben van mening dat dit geldt voor Rotterdam-Zuid.
Ook kun je goed differentiëren naar leerlingen die meer, of minder begeleiding krijgen. Op taalgebied was dit vrij lastig. Vrijwel alle leerlingen in mijn klas zijn taalzwak, omdat de Nederlandse taal niet hun moedertaal is.
Toch kon ik ook binnen dit vakgebied differentiëren. Dit kon misschien niet op niveau, maar wel op interesse. Hier heb ik de inspiratie gevonden in Meervoudige intelligentie, waar wij de afgelopen tijd ook informatie over verkregen hebben. Volgens Gardner kun je op acht manieren knap zijn. Het gaat dus niet om de vraag, hoe knap ben jij? Maar: Hoe ben jij knap?[5] Dit vind ik een goede opmerking.
Op mijn stageschool hadden ze code rood gekregen, ze waren een (taal)zwakke school. Ze werkten dus veel voor de cijfers van de kinderen, welke verhoogd moest worden. Voor sommige kinderen was dit teveel gevraagd. Ze konden simpelweg niet met het hoogste niveau mee. Ik snap beide visies, de school moest beter presteren; de kinderen wilden ook plezier in het leren. En dat kun je naar mijn idee prima combineren met Meervoudige intelligentie. Helaas heb ik dit alleen met vrije lessen kunnen toepassen, en daar ook kleinschalig.
Volgens Gardner betekent intelligentie niet hoe slim je bent. Het betekent wel de bekwaamheid om te leren, om problemen op te lossen. [6] Je kunt op verschillende manieren je intelligentie gebruiken. Dat kinderen leren dat ze uniek zijn, hun eigen talenten hebben en deze ook goed in kunnen zetten lijkt me heel fijn.
Dit moet dan niet in een enkele klas ingezet worden, maar schoolbreed. Als dit niet gebeurd, vervalt de structuur en dat is voor mij wel een basis. De kinderen moeten rust hebben als ze naar school gaan. Ze moeten weten waar ze aan toe zijn en de rust vinden om de problemen thuis van zich af te zetten en zich te focussen op wat er op school moet gebeuren.
Als laatste is het ook van belang de ‘betere’ leerlingen te helpen. In mijn klas zaten 16 leerlingen. 12 hiervan zaten op D of E niveau met taal, 1 zat op A+ niveau. Het belang om ook voor deze leerling uitdaging te zoeken, vind ik heel interessant. Daarnaast is het ook wat deze leerling nodig heeft. Ik mocht het me helaas niet veroorloven om andere lessen te maken voor hem, maar ik mocht wel interessante klaaropdrachten voor hem uitzoeken. Ik was graag bezig geweest met compacten[7], zoals aangeboden is in
[2] Bil de, N. Bil de, P. Praktijkgerichte ontwikkelingspsychologie. Soest: Uitgeverij Nelissen, 2007 Blz. 157
[3] Leenders, Y. Elenbaas, A. De wereld van het jonge kind. 2007, Blz. 72
[4] Havinga-Heijs, D. Van der Leeuw. Voetstuk van de Pabo, Kennisbasis Nederlandse taal, Uitgeverij onbekend, 2009 pag. 144
[5] Eijsden-Douma van, Y.N. drs, Hoorcollege Meervoudige Intelligentie, Christelijke Hogeschool Ede, semester 3.1 2011, sheet 2
[6] Eijsden-Douma van, Y.N. drs, Hoorcollege Meervoudige Intelligentie, Christelijke Hogeschool Ede, semester 3.1 2011, sheet 2
[7] Havinga-Heijs, D. WC2 blok 2 meerbegaafden OK 11-12 def, Christelijke Hogeschool Ede, semester 3.1 2011 sheet 11
